1. De commissie heeft tot taak de
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017te evalueren en naar aanleiding daarvan aan ons een rapport uit te brengen.
2. De commissie dient in haar evaluatieonderzoek in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende vragen:
a. heeft de wet datgene gebracht wat de wetgever daarmee voor ogen had (realisatie van de doelstellingen van de wet);
b. is de wet in de praktijk een werkbaar instrument gebleken voor de taakuitvoering van de diensten;
c. welke knel- en aandachtspunten zijn in de toepassingspraktijk van de wet te onderkennen.
3. Bijzondere aandacht dient voorts te worden geschonken aan de volgende aspecten:
a. het integrale stelsel van toezicht, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan: i. inrichting, functie en positie van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), een en ander tegen de achtergrond van het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid;
ii. positionering van de klachtbehandeling bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de effectiviteit daarvan mede vanuit het burgerperspectief;
iii. de rechtseenheidsvoorziening TIB - CTIVD;
iv. de benoemingsprocedure voor de leden van TIB en CTIVD.
i. inrichting, functie en positie van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), een en ander tegen de achtergrond van het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid;
ii. positionering van de klachtbehandeling bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de effectiviteit daarvan mede vanuit het burgerperspectief;
iii. de rechtseenheidsvoorziening TIB - CTIVD;
iv. de benoemingsprocedure voor de leden van TIB en CTIVD.
b. de bevoegdheden van de diensten tot gegevensverwerking en de daarvoor geldende waarborgen, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan: i. de toepassing en inpasbaarheid van nieuwe technieken binnen de wettelijk geregelde bevoegdheden (techniekonafhankelijkheid);
ii. de toepassing van het gerichtheidscriterium bij bijzondere bevoegdheden;
iii. het datareductiestelsel en de bewaartermijnen;
iv. de duidelijkheid van in de wet gehanteerde terminologie.
i. de toepassing en inpasbaarheid van nieuwe technieken binnen de wettelijk geregelde bevoegdheden (techniekonafhankelijkheid);
ii. de toepassing van het gerichtheidscriterium bij bijzondere bevoegdheden;
iii. het datareductiestelsel en de bewaartermijnen;
iv. de duidelijkheid van in de wet gehanteerde terminologie.
c. de bevoegdheden en waarborgen met betrekking tot internationale samenwerking van de diensten (zowel op vlak van gegevensverstrekking als ondersteuning).