1. Een stemming als bedoeld in
artikel 38c van de Waterschapswetkan tevens plaatsvinden in een vergadering als bedoeld in artikel 3.1van deze wet. Bij deze stemming maakt ieder lid dat aan de vergadering deelneemt door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of hij voor of tegen het voorstel stemt. De voorzitter maakt de uitslag terstond bekend.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de technische vereisten van de digitale omgeving, de toegang tot de digitale omgeving en de wijze van beraadslaging en besluitvorming.
3. Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan door hem in plaats van tot een stemming als bedoeld in het eerste lid tot een stemming als bedoeld in artikel 3.2van deze wet worden besloten.