BWBR0043371
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.4
Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet
1. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/62" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 62, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/72a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">72a, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/72b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">72b, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/72c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">72c, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">78, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/122" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">122, tweede lid, van de onteigeningswet</a>is ingediend, blijft het oude recht van toepassing.
2. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een rechtsgeding met betrekking tot een voltooide onteigening op grond van de <a href="/wet/BWBR0001842" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">onteigeningswet</a>aanhangig is, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen en ten uitvoer is gebracht.
3. In een geval als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0043660/artikel/4.64" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.64, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0043660/artikel/4.65" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.65, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet</a>blijft, voor zover het gaat om onteigening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025458/artikel/5.14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.14, eerste lid, van de Waterwet</a>, het oude recht van toepassing tot de activiteit, genoemd in de omgevingsvergunning, ten uitvoer is gelegd.
2. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een rechtsgeding met betrekking tot een voltooide onteigening op grond van de <a href="/wet/BWBR0001842" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">onteigeningswet</a>aanhangig is, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop het vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen en ten uitvoer is gebracht.
3. In een geval als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0043660/artikel/4.64" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.64, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0043660/artikel/4.65" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.65, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet</a>blijft, voor zover het gaat om onteigening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025458/artikel/5.14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.14, eerste lid, van de Waterwet</a>, het oude recht van toepassing tot de activiteit, genoemd in de omgevingsvergunning, ten uitvoer is gelegd.