1. Het in artikel I, onderdeel B opgenomen
artikel 3.3.1.5, derde lid, en het in onderdeel C opgenomen
artikel 3.3.1.6, vijfde en zesde lid, van het Besluit langdurige zorg en het in artikel II, onderdeel C opgenomen
artikel 3.5, zevende lid, en het in onderdeel D opgenomen
artikel 3.6, vierde en vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijn van toepassing op besluiten met betrekking tot de vaststellingen en herzieningen van bijdragen die worden genomen na 31 december 2019.
2. In geval van een vaststelling of herziening die ziet op de periode voor 1 januari 2020 aangaande een bijdrage als bedoeld in
artikel 3.1, tweede lid, wordt voor «maand» of «maanden» respectievelijk gelezen «bijdrageperiode als bedoeld in
artikel 3.8, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, zoals dat luidde voor 1 januari 2020» of «bijdrageperioden als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, zoals dat luidde voor 1 januari 2020».