1. Voor subsidieverlening in het kader van het Mensenrechtenfonds Kleine Activiteiten 2019–2021 ten behoeve van activiteiten, bedoeld in
artikel 2.1 van de Subsidieregeling Ministerie Buitenlandse Zaken 2006, geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2019 een subsidieplafond van EUR 500.000.
2. Voor subsidieverlening in het kader van het Mensenrechtenfonds Kleine Activiteiten 2019–2021 ten behoeve van activiteiten, bedoeld in
artikel 2.1 van de Subsidieregeling Ministerie Buitenlandse Zaken 2006, geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, derde lid, voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 een subsidieplafond van EUR 500.000.
3. Voor subsidieverlening in het kader van het Mensenrechtenfonds Kleine Activiteiten 2019–2021 ten behoeve van activiteiten, bedoeld in
artikel 2.1 van de Subsidieregeling Ministerie Buitenlandse Zaken 2006, geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 een subsidieplafond van EUR 0.
4. Indien na toepassing van het eerste lid middelen resteren, komen deze beschikbaar voor aanvragen bedoeld in artikel 2, derde lid.
5. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in
artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.