1. Het faciliteren van het geven en verzorgen van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, bedoeld in artikel 3, vindt slechts plaats indien de groepsgrootte per stroming minimaal zeven leerlingen bedraagt.
2. Het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven op verzoek van ouders.
3. In bijzondere gevallen kan de minister afwijken van het eerste lid.
1. De aanvraag voor de instellingssubsidie bevat een activiteitenplan inclusief een prognose van het aantal leerlingen en groepen per stroming en het aantal schooljaren per school en een begroting.
2. Bij de aanvraag verklaart de aanvrager dat het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven op verzoek van ouders van leerlingen op de school.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare scholen.