1. Tolkvoorzieningen voor auditief beperkten, die, voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, jegens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot gelding konden worden gebracht, maar nog niet tot gelding zijn gebracht, kunnen na dat tijdstip jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in
hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, tot gelding worden gebracht met de daaraan verbonden rechten en plichten.
2. Met betrekking tot de auditief beperkte ten aanzien van wie een besluit is genomen met betrekking tot de omvang van de tolkvoorziening, bedoeld in het eerste lid, waarop hij is aangewezen, verstrekt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zo spoedig mogelijk aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in het eerste lid, gegevens omtrent de inhoud van dat besluit, alsmede het burgerservicenummer.
3. In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van deze wet, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
4. Archiefbescheiden en de daarmee samenhangende verplichtingen, bedoeld in de
Archiefwet 1995, met betrekking tot tolkvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid waarvoor reeds een aanvraag is ingediend en waarover op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel nog geen toekenning heeft plaatsgevonden, of waarover al een besluit tot toekenning van een tolkvoorziening is genomen, worden door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.