1. Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle P&O-aangelegenheden van de medewerkers van de Dienst Chief Economist met uitzondering van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van
bijlage B van het BBRAgeldt, betreffende:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren;
b. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid;
d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
e. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
f. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
g. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling.
2. De secretaris-generaal kan voorts voor de in artikel 1en artikel 2, eerste lid genoemde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan medewerkers van de Dienst Chief Economist.