BWBR0041833
Geldig vanaf 22-01-2019
Artikel 5:57:2
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2018–2019
1. In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2018, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2019, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:57:3 onder A, B of C:
A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2018 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2018, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2019, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:57:3 onder A, B of C:
A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2018 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2018 en 2019 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2019 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2018, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2018 en 2019.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
- Citeren als
- Art. 5:57:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041833
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl