BWBR0041833
Geldig vanaf 22-01-2019
Artikel 4:7:2
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2018–2019
1. Voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor de eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft de werkgever geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.
2. De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door de werkgever en de werknemer is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:
a. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
b. de door de werkgever noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen de werknemer dat moest realiseren;
d. de conclusie van de werkgever dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid.
3. Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:
a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.
2. De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door de werkgever en de werknemer is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:
a. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
b. de door de werkgever noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen de werknemer dat moest realiseren;
d. de conclusie van de werkgever dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid.
3. Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:
a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.
- Citeren als
- Art. 4:7:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041833
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl