Met betrekking tot een gebouw in eigen gebruik waarop de belastingplichtige reeds vóór 1 januari 2019 heeft afgeschreven doch nog niet over drie volledige jaren heeft kunnen afschrijven, vindt de in artikel 7.3, onderdeel A, opgenomen wijziging van artikel 8, zesde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969voor het eerst toepassing met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie volledige jaren is geëindigd.
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat:
a. artikel 7.3, onderdelen A, B, C, D, E, F, G, H, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, T en U, en de artikelen 7.8 en 8.1 voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019;
b. artikel 7.3, onderdeel Ta, terugwerkt tot en met 1 maart 2018.
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 7.4in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat artikel 7.4, onderdelen E tot en met H, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020.
3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 7.5in werking met ingang van 1 januari 2021.