1. De voorzitter en de andere leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van
artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissiesen hiermee niet het in
artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissiesbedoelde maximumbedrag overschrijden.
2. De vergoeding per vergadering van de leden (alsmede de personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid) bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.