Artikel 1
1. In afwijking van artikel 3.33, eerste lid, van de Wet natuurbeschermingis het degenen die wilde zwijnen doden op grond van een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, een ontheffing als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, aanhefin samenhang met onderdeel c, of een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, toegestaan daarbij tussen zonsopgang en zonsondergang een methode toe te passen waarbij hoogstens zes personen, in aanwezigheid van ten hoogste drie aangelijnde honden, voor wilde zwijnen hoorbaar in het gebied aanwezig zijn zonder deze opzettelijk te verontrusten, met het oogmerk om deze dieren binnen het schootsveld van hoogstens zes geweerdragers te bewegen, opdat zij deze dieren kunnen doden.
2. Het eerste lid is alleen van toepassing in het grondgebied van de provincies:
a. Gelderland, met uitzondering van het gebied, aangeduid op kaart 1 in de bijlage;
b. Limburg, met uitzondering van de gebieden, aangeduid op kaart 2 in de bijlage;
c. Noord-Brabant, en
d. Overijssel.
2. Het eerste lid is alleen van toepassing in het grondgebied van de provincies:
a. Gelderland, met uitzondering van het gebied, aangeduid op kaart 1 in de bijlage;
b. Limburg, met uitzondering van de gebieden, aangeduid op kaart 2 in de bijlage;
c. Noord-Brabant, en
d. Overijssel.