BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.74o
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Aan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.37, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.38, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.39, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>worden voorschriften verbonden, die inhouden:
a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden;
b. de tijd en locatie waarvoor de omgevingsvergunning geldt;
c. de soorten van vogels, of hun nesten, rustplaatsen of eieren, waarvoor de omgevingsvergunning geldt; en
d. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.
2. Als de omgevingsvergunning wordt verleend vanwege een belang als bedoeld in artikel 8.74j, eerste lid, onder b, onder 3°, worden alleen middelen voorgeschreven die nadelige gevolgen voor het welzijn van vogels voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk beperken.
a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden;
b. de tijd en locatie waarvoor de omgevingsvergunning geldt;
c. de soorten van vogels, of hun nesten, rustplaatsen of eieren, waarvoor de omgevingsvergunning geldt; en
d. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.
2. Als de omgevingsvergunning wordt verleend vanwege een belang als bedoeld in artikel 8.74j, eerste lid, onder b, onder 3°, worden alleen middelen voorgeschreven die nadelige gevolgen voor het welzijn van vogels voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk beperken.