BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.70e
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
a. het zuiveringsslib op landbouwgronden wordt gebracht in hetzelfde kalenderjaar als het jaar waarin een gewas wordt geteeld;
b. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen vloeibaar zuiveringsslib niet groter is dan: 1°. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; en
2°. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland;
1°. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; en
2°. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland;
c. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen steekvast zuiveringsslib niet groter is dan: 1°. vier ton droge stof per hectare per twee jaar op bouwland; en
2°. twee ton droge stof per hectare per twee jaar op grasland; en
1°. vier ton droge stof per hectare per twee jaar op bouwland; en
2°. twee ton droge stof per hectare per twee jaar op grasland; en
d. het grondgebruik tijdens de perioden, bedoeld onder b en c, voor de betrokken hectares gelijk blijft.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, is de situatie op 15 mei van een kalenderjaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland. Als niet op 15 mei maar in de loop van het kalenderjaar een gewas wordt geteeld, is voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, sprake van bouwland.
a. het zuiveringsslib op landbouwgronden wordt gebracht in hetzelfde kalenderjaar als het jaar waarin een gewas wordt geteeld;
b. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen vloeibaar zuiveringsslib niet groter is dan: 1°. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; en
2°. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland;
1°. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; en
2°. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland;
c. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen steekvast zuiveringsslib niet groter is dan: 1°. vier ton droge stof per hectare per twee jaar op bouwland; en
2°. twee ton droge stof per hectare per twee jaar op grasland; en
1°. vier ton droge stof per hectare per twee jaar op bouwland; en
2°. twee ton droge stof per hectare per twee jaar op grasland; en
d. het grondgebruik tijdens de perioden, bedoeld onder b en c, voor de betrokken hectares gelijk blijft.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, is de situatie op 15 mei van een kalenderjaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland. Als niet op 15 mei maar in de loop van het kalenderjaar een gewas wordt geteeld, is voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, sprake van bouwland.