BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.63
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Deze paragraaf is van toepassing op milieubelastende activiteiten die betrekking hebben op het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.84" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.84, eerste lid, aanhef en onder c</a>, en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.85" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, anders dan:
a. de injectie van water en de herinjectie van opgepompt grondwater, bedoeld in artikel 11, derde lid, onder j, eerste en tweede gedachtestreepje, van de kaderrichtlijn water, als dat krachtens dat artikel is toegestaan; en
b. het storten van niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, tenzij die worden gestort in een winningsafvalvoorziening categorie A.
2. Tenzij de opslag plaatsvindt in een winningsafvalvoorziening categorie A of in een winningsafvalvoorziening voor in het winningsafvalbeheersplan, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval, als gevaarlijk afval aangemerkt afval, zijn de artikelen 8.64 tot en met 8.70van dit besluit en <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 8.2</a>en <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 17.1A van de Wet milieubeheer</a>niet van toepassing op de opslag van:
a. niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, gedurende een periode van ten hoogste een jaar;
b. niet-gevaarlijk afval afkomstig uit prospectie, gedurende een periode van ten hoogste drie jaar;
c. niet-verontreinigde grond;
d. afval uit de winning, behandeling en opslag van turf; en
e. inerte winningsafvalstoffen.
a. de injectie van water en de herinjectie van opgepompt grondwater, bedoeld in artikel 11, derde lid, onder j, eerste en tweede gedachtestreepje, van de kaderrichtlijn water, als dat krachtens dat artikel is toegestaan; en
b. het storten van niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, tenzij die worden gestort in een winningsafvalvoorziening categorie A.
2. Tenzij de opslag plaatsvindt in een winningsafvalvoorziening categorie A of in een winningsafvalvoorziening voor in het winningsafvalbeheersplan, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval, als gevaarlijk afval aangemerkt afval, zijn de artikelen 8.64 tot en met 8.70van dit besluit en <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 8.2</a>en <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 17.1A van de Wet milieubeheer</a>niet van toepassing op de opslag van:
a. niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, gedurende een periode van ten hoogste een jaar;
b. niet-gevaarlijk afval afkomstig uit prospectie, gedurende een periode van ten hoogste drie jaar;
c. niet-verontreinigde grond;
d. afval uit de winning, behandeling en opslag van turf; en
e. inerte winningsafvalstoffen.