BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8.57a
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een urgentieplan op hoofdlijnen wordt opgesteld.
2. In het urgentieplan op hoofdlijnen wordt aangegeven:
a. in welke gevallen en op welke wijze een interventiepunt wordt bepaald;
b. op welke wijze wordt bepaald of een interventiepunt wordt bereikt;
c. welke maatregelen moeten worden getroffen als het interventiepunt wordt bereikt, om verspreiding van de verontreinigende stoffen te voorkomen of de veroorzaakte bodemverontreiniging ongedaan te maken; en
d. de termijn waarbinnen de maatregelen, bedoeld onder c, moeten worden getroffen.
3. Het interventiepunt is het punt waarbij een significante verslechtering van de grondwaterkwaliteit optreedt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c, voor zover dit geohydrologische maatregelen zijn.
2. In het urgentieplan op hoofdlijnen wordt aangegeven:
a. in welke gevallen en op welke wijze een interventiepunt wordt bepaald;
b. op welke wijze wordt bepaald of een interventiepunt wordt bereikt;
c. welke maatregelen moeten worden getroffen als het interventiepunt wordt bereikt, om verspreiding van de verontreinigende stoffen te voorkomen of de veroorzaakte bodemverontreiniging ongedaan te maken; en
d. de termijn waarbinnen de maatregelen, bedoeld onder c, moeten worden getroffen.
3. Het interventiepunt is het punt waarbij een significante verslechtering van de grondwaterkwaliteit optreedt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c, voor zover dit geohydrologische maatregelen zijn.