BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.89o
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. In een omgevingsplan kunnen een of meer bodembeheergebieden worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van de kwaliteitseisen voor:
a. het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem, bedoeld in artikel 4.1273, 4.1275, 4.1277 of 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
b. het op of in de landbodem in een bij ministeriële regeling aangewezen toepassingsgebied toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen, bedoeld in artikel 4.1289 of 4.1291 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
2. Bodembeheergebieden worden aangewezen met het oog op het bevorderen dat grond of baggerspecie, in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder a, of mijnsteen of vermengde mijnsteen, in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, die binnen het aangewezen gebied zijn ontgraven, binnen dat gebied weer zo kunnen worden toegepast dat op de schaal van het gebied een goed resultaat wordt behaald uit een oogpunt van het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen.
3. In het omgevingsplan wordt de geometrische begrenzing van het aangewezen bodembeheergebied vastgesteld.
a. het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem, bedoeld in artikel 4.1273, 4.1275, 4.1277 of 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
b. het op of in de landbodem in een bij ministeriële regeling aangewezen toepassingsgebied toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen, bedoeld in artikel 4.1289 of 4.1291 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
2. Bodembeheergebieden worden aangewezen met het oog op het bevorderen dat grond of baggerspecie, in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder a, of mijnsteen of vermengde mijnsteen, in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, die binnen het aangewezen gebied zijn ontgraven, binnen dat gebied weer zo kunnen worden toegepast dat op de schaal van het gebied een goed resultaat wordt behaald uit een oogpunt van het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen.
3. In het omgevingsplan wordt de geometrische begrenzing van het aangewezen bodembeheergebied vastgesteld.