BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.51
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Dit artikel is van toepassing op het toelaten van de volgende activiteiten:
a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid;
b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of
c. milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht.
2. De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten waarvan de locatie bij ministeriële regeling is aangewezen:
a. Amsterdam/Haarlem;
b. Arnhem;
c. Eindhoven;
d. Etten-Leur;
e. ‘s-Gravenhage/Leiden;
f. Rotterdam/Dordrecht; en
g. Utrecht.
3. De aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten:
a. Asten;
b. Barneveld;
c. Bernheze;
d. Ede;
e. Leudal;
f. Nederweert;
g. Scherpenzeel; en
h. Venray.
4. Als de activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van een van de volgende stoffen in een daarbij aangegeven aandachtsgebied, worden in een omgevingsplan de daarbij aangegeven omgevingswaarden in acht genomen:
a. in een aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof: 1°. de omgevingswaarde voor stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder b; en
2°. de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid; en
1°. de omgevingswaarde voor stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder b; en
2°. de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid; en
b. in een aandachtsgebied voor fijnstof: de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid.
5. Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of van PM 10zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid;
b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of
c. milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht.
2. De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten waarvan de locatie bij ministeriële regeling is aangewezen:
a. Amsterdam/Haarlem;
b. Arnhem;
c. Eindhoven;
d. Etten-Leur;
e. ‘s-Gravenhage/Leiden;
f. Rotterdam/Dordrecht; en
g. Utrecht.
3. De aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten:
a. Asten;
b. Barneveld;
c. Bernheze;
d. Ede;
e. Leudal;
f. Nederweert;
g. Scherpenzeel; en
h. Venray.
4. Als de activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van een van de volgende stoffen in een daarbij aangegeven aandachtsgebied, worden in een omgevingsplan de daarbij aangegeven omgevingswaarden in acht genomen:
a. in een aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof: 1°. de omgevingswaarde voor stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder b; en
2°. de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid; en
1°. de omgevingswaarde voor stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder b; en
2°. de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid; en
b. in een aandachtsgebied voor fijnstof: de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid.
5. Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of van PM 10zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.