BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.129d
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op de PKB-Waddenzee, laat het omgevingsplan de volgende activiteiten niet toe:
a. het bouwen van een windturbine;
b. de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een haven of jachthaven, met uitzondering van: 1°. een beperkte zeewaartse uitbreiding van een jachthaven op een Waddeneiland, als die uitbreiding noodzakelijk is voor de veiligheid of bereikbaarheid en er geen andere passende oplossing is;
2°. een zeewaartse verlegging van de veerhaven in de gemeente Den Helder; en
3°. een zeewaartse uitbreiding van de haven van de gemeente Harlingen, als een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is;
1°. een beperkte zeewaartse uitbreiding van een jachthaven op een Waddeneiland, als die uitbreiding noodzakelijk is voor de veiligheid of bereikbaarheid en er geen andere passende oplossing is;
2°. een zeewaartse verlegging van de veerhaven in de gemeente Den Helder; en
3°. een zeewaartse uitbreiding van de haven van de gemeente Harlingen, als een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is;
c. de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een bedrijventerrein;
d. andere bouwactiviteiten, dan die, bedoeld onder a, b en c, met uitzondering van het bouwen van: 1°. een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart;
2°. een bouwwerk voor alternatieve mosselzaadbronnen;
3°. een bouwwerk voor een adequate afwatering van het vasteland;
4°. een wadwachtpost, als het gaat om een locatie die niet vanaf het vasteland of een Waddeneiland kan worden bewaakt;
5°. een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring;
6°. een bouwwerk voor activiteiten als bedoeld onder b, onder 1° tot en met 3°, en onder f, onder 1° en 2°; en
7°. een bouwwerk dat een bestaand bouwwerk vervangt, voor zover het gaat om een bouwwerk van gelijke aard en omvang en gelijk karakter;
1°. een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart;
2°. een bouwwerk voor alternatieve mosselzaadbronnen;
3°. een bouwwerk voor een adequate afwatering van het vasteland;
4°. een wadwachtpost, als het gaat om een locatie die niet vanaf het vasteland of een Waddeneiland kan worden bewaakt;
5°. een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring;
6°. een bouwwerk voor activiteiten als bedoeld onder b, onder 1° tot en met 3°, en onder f, onder 1° en 2°; en
7°. een bouwwerk dat een bestaand bouwwerk vervangt, voor zover het gaat om een bouwwerk van gelijke aard en omvang en gelijk karakter;
e. het inpolderen, bedijken of indijken van delen van de PKB-Waddenzee;
f. het winnen van mineralen door afbaggering van de zeebodem, met uitzondering van: 1°. het winnen van vrijkomend zand bij onderhoud en de incidentele verdieping van vaargeulen en bij overeenkomstig dit artikel toegelaten bouwactiviteiten; en
2°. het winnen van schelpen beneden 5 m onder NAP; en
1°. het winnen van vrijkomend zand bij onderhoud en de incidentele verdieping van vaargeulen en bij overeenkomstig dit artikel toegelaten bouwactiviteiten; en
2°. het winnen van schelpen beneden 5 m onder NAP; en
g. het parkeren van een booreiland of andere offshore-installatie.
2. Op het in het omgevingsplan toelaten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder b, onder 1° tot en met 3°, onder d, onder 1° tot en met 6°, en onder f, onder 1° en 2°, is artikel 5.129cvan overeenkomstige toepassing.
3. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie direct grenzend aan de PKB-Waddenzee, is het eerste lid, aanhef en onder b en c, van overeenkomstige toepassing.
a. het bouwen van een windturbine;
b. de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een haven of jachthaven, met uitzondering van: 1°. een beperkte zeewaartse uitbreiding van een jachthaven op een Waddeneiland, als die uitbreiding noodzakelijk is voor de veiligheid of bereikbaarheid en er geen andere passende oplossing is;
2°. een zeewaartse verlegging van de veerhaven in de gemeente Den Helder; en
3°. een zeewaartse uitbreiding van de haven van de gemeente Harlingen, als een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is;
1°. een beperkte zeewaartse uitbreiding van een jachthaven op een Waddeneiland, als die uitbreiding noodzakelijk is voor de veiligheid of bereikbaarheid en er geen andere passende oplossing is;
2°. een zeewaartse verlegging van de veerhaven in de gemeente Den Helder; en
3°. een zeewaartse uitbreiding van de haven van de gemeente Harlingen, als een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is;
c. de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een bedrijventerrein;
d. andere bouwactiviteiten, dan die, bedoeld onder a, b en c, met uitzondering van het bouwen van: 1°. een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart;
2°. een bouwwerk voor alternatieve mosselzaadbronnen;
3°. een bouwwerk voor een adequate afwatering van het vasteland;
4°. een wadwachtpost, als het gaat om een locatie die niet vanaf het vasteland of een Waddeneiland kan worden bewaakt;
5°. een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring;
6°. een bouwwerk voor activiteiten als bedoeld onder b, onder 1° tot en met 3°, en onder f, onder 1° en 2°; en
7°. een bouwwerk dat een bestaand bouwwerk vervangt, voor zover het gaat om een bouwwerk van gelijke aard en omvang en gelijk karakter;
1°. een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart;
2°. een bouwwerk voor alternatieve mosselzaadbronnen;
3°. een bouwwerk voor een adequate afwatering van het vasteland;
4°. een wadwachtpost, als het gaat om een locatie die niet vanaf het vasteland of een Waddeneiland kan worden bewaakt;
5°. een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring;
6°. een bouwwerk voor activiteiten als bedoeld onder b, onder 1° tot en met 3°, en onder f, onder 1° en 2°; en
7°. een bouwwerk dat een bestaand bouwwerk vervangt, voor zover het gaat om een bouwwerk van gelijke aard en omvang en gelijk karakter;
e. het inpolderen, bedijken of indijken van delen van de PKB-Waddenzee;
f. het winnen van mineralen door afbaggering van de zeebodem, met uitzondering van: 1°. het winnen van vrijkomend zand bij onderhoud en de incidentele verdieping van vaargeulen en bij overeenkomstig dit artikel toegelaten bouwactiviteiten; en
2°. het winnen van schelpen beneden 5 m onder NAP; en
1°. het winnen van vrijkomend zand bij onderhoud en de incidentele verdieping van vaargeulen en bij overeenkomstig dit artikel toegelaten bouwactiviteiten; en
2°. het winnen van schelpen beneden 5 m onder NAP; en
g. het parkeren van een booreiland of andere offshore-installatie.
2. Op het in het omgevingsplan toelaten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder b, onder 1° tot en met 3°, onder d, onder 1° tot en met 6°, en onder f, onder 1° en 2°, is artikel 5.129cvan overeenkomstige toepassing.
3. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie direct grenzend aan de PKB-Waddenzee, is het eerste lid, aanhef en onder b en c, van overeenkomstige toepassing.