BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.4
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. In een regionaal waterprogramma wordt in ieder geval vastgelegd de maatschappelijke functie drinkwateronttrekking voor regionale wateren die worden gebruikt voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water en van waaruit dagelijks meer dan 10 m 3water wordt onttrokken, of van waaruit water wordt onttrokken voor meer dan 50 personen.
2. Een regionaal waterprogramma bevat de aanwijzing van:
a. krw-oppervlaktewaterlichamen die niet in beheer zijn bij het Rijk, waarbij kunstmatige of sterk veranderde krw-oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen in overeenstemming met artikel 4, derde lid, van de kaderrichtlijn water;
b. grondwaterlichamen; en
c. waterwinlocaties gelegen in een: 1°. krw-oppervlaktewaterlichaam; en
2°. grondwaterlichaam.
1°. krw-oppervlaktewaterlichaam; en
2°. grondwaterlichaam.
3. Een regionaal waterprogramma bevat:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water;
b. maatregelen als bedoeld in de artikelen 4, vijfde lid, en 6, eerste lid, van de grondwaterrichtlijn, in samenhang met artikel 11, van de kaderrichtlijn water;
c. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisico’s; en
d. maatregelen als bedoeld in de artikelen 8, vierde lid, en 13, achtste lid, onder a, van de drinkwaterrichtlijn, voor zover dit geen maatregelen zijn als bedoeld onder a of b.
4. De onderdelen van een regionaal waterprogramma die uitvoering geven aan de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico’s vormen afzonderlijke delen van dat programma. Hieronder vallen in ieder geval de maatregelen, bedoeld in het derde lid, onder a tot en met c.
2. Een regionaal waterprogramma bevat de aanwijzing van:
a. krw-oppervlaktewaterlichamen die niet in beheer zijn bij het Rijk, waarbij kunstmatige of sterk veranderde krw-oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen in overeenstemming met artikel 4, derde lid, van de kaderrichtlijn water;
b. grondwaterlichamen; en
c. waterwinlocaties gelegen in een: 1°. krw-oppervlaktewaterlichaam; en
2°. grondwaterlichaam.
1°. krw-oppervlaktewaterlichaam; en
2°. grondwaterlichaam.
3. Een regionaal waterprogramma bevat:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water;
b. maatregelen als bedoeld in de artikelen 4, vijfde lid, en 6, eerste lid, van de grondwaterrichtlijn, in samenhang met artikel 11, van de kaderrichtlijn water;
c. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisico’s; en
d. maatregelen als bedoeld in de artikelen 8, vierde lid, en 13, achtste lid, onder a, van de drinkwaterrichtlijn, voor zover dit geen maatregelen zijn als bedoeld onder a of b.
4. De onderdelen van een regionaal waterprogramma die uitvoering geven aan de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico’s vormen afzonderlijke delen van dat programma. Hieronder vallen in ieder geval de maatregelen, bedoeld in het derde lid, onder a tot en met c.