BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3.68
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan een gebied als nationaal park aanwijzen, als:
a. het een aaneengesloten gebied met een oppervlakte van ten minste 1.000 ha betreft: 1°. waarin zich een of meer ecosystemen bevinden die niet wezenlijk zijn aangetast door menselijk gebruik;
2°. waarin zich dier- en plantensoorten, geomorfologische locaties en habitats bevinden die een bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang vertegenwoordigen; of
3°. dat een natuurlijk landschap van grote schoonheid omvat;
1°. waarin zich een of meer ecosystemen bevinden die niet wezenlijk zijn aangetast door menselijk gebruik;
2°. waarin zich dier- en plantensoorten, geomorfologische locaties en habitats bevinden die een bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang vertegenwoordigen; of
3°. dat een natuurlijk landschap van grote schoonheid omvat;
b. het behoud van de wezenlijke kenmerken van het gebied is verzekerd;
c. het gebied is opengesteld voor bezoekers voor educatieve, culturele en recreatieve doeleinden, waarbij aan de openstelling voorwaarden en beperkingen kunnen worden verbonden met het oog op het behoud van de wezenlijke kenmerken van het gebied; en
d. het gebied zich duidelijk onderscheidt van eerder aangewezen nationale parken.
2. Aanwijzing gebeurt alleen op verzoek van gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin het gebied ligt.
a. het een aaneengesloten gebied met een oppervlakte van ten minste 1.000 ha betreft: 1°. waarin zich een of meer ecosystemen bevinden die niet wezenlijk zijn aangetast door menselijk gebruik;
2°. waarin zich dier- en plantensoorten, geomorfologische locaties en habitats bevinden die een bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang vertegenwoordigen; of
3°. dat een natuurlijk landschap van grote schoonheid omvat;
1°. waarin zich een of meer ecosystemen bevinden die niet wezenlijk zijn aangetast door menselijk gebruik;
2°. waarin zich dier- en plantensoorten, geomorfologische locaties en habitats bevinden die een bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang vertegenwoordigen; of
3°. dat een natuurlijk landschap van grote schoonheid omvat;
b. het behoud van de wezenlijke kenmerken van het gebied is verzekerd;
c. het gebied is opengesteld voor bezoekers voor educatieve, culturele en recreatieve doeleinden, waarbij aan de openstelling voorwaarden en beperkingen kunnen worden verbonden met het oog op het behoud van de wezenlijke kenmerken van het gebied; en
d. het gebied zich duidelijk onderscheidt van eerder aangewezen nationale parken.
2. Aanwijzing gebeurt alleen op verzoek van gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin het gebied ligt.