BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3.59
Besluit kwaliteit leefomgeving
Het provinciebestuur of, in de gevallen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.19, vierde lid, van de wet</a>, Onze in artikel 3.62aangewezen Minister, draagt zorg voor het treffen van de voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied of het onder zijn taak vallende gedeelte daarvan nodige:
a. instandhoudingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; en
b. passende maatregelen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn, waaronder: 1°. het besluit om de toegang tot een Natura 2000-gebied op grond van artikel 2.45, eerste lid, van de wet te beperken of te verbieden;
2°. de feitelijke handelingen, bedoeld in artikel 10.10b van de wet; en
3°. het in en rondom een Natura 2000-gebied aanbrengen van de nodige kentekenen die de aanwijzing als Natura 2000-gebied en de rechtsgevolgen daarvan kenbaar maken.
1°. het besluit om de toegang tot een Natura 2000-gebied op grond van artikel 2.45, eerste lid, van de wet te beperken of te verbieden;
2°. de feitelijke handelingen, bedoeld in artikel 10.10b van de wet; en
3°. het in en rondom een Natura 2000-gebied aanbrengen van de nodige kentekenen die de aanwijzing als Natura 2000-gebied en de rechtsgevolgen daarvan kenbaar maken.
a. instandhoudingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; en
b. passende maatregelen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn, waaronder: 1°. het besluit om de toegang tot een Natura 2000-gebied op grond van artikel 2.45, eerste lid, van de wet te beperken of te verbieden;
2°. de feitelijke handelingen, bedoeld in artikel 10.10b van de wet; en
3°. het in en rondom een Natura 2000-gebied aanbrengen van de nodige kentekenen die de aanwijzing als Natura 2000-gebied en de rechtsgevolgen daarvan kenbaar maken.
1°. het besluit om de toegang tot een Natura 2000-gebied op grond van artikel 2.45, eerste lid, van de wet te beperken of te verbieden;
2°. de feitelijke handelingen, bedoeld in artikel 10.10b van de wet; en
3°. het in en rondom een Natura 2000-gebied aanbrengen van de nodige kentekenen die de aanwijzing als Natura 2000-gebied en de rechtsgevolgen daarvan kenbaar maken.