BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3.14
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Bij waterschaarste of dreigende waterschaarste wordt, gelet op de verdeling van het beschikbare water over de maatschappelijke en ecologische behoeften, bij het beheer van watersystemen de volgende rangorde van behoeften in acht genomen:
a. het waarborgen van de veiligheid tegen overstroming en het voorkomen van onomkeerbare schade;
b. nutsvoorzieningen;
c. kleinschalig hoogwaardig gebruik; en
d. overige behoeften.
2. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, komt achtereenvolgens prioriteit toe aan:
a. de stabiliteit van waterkeringen;
b. het voorkomen van klink en zettingen; en
c. natuur, voor zover het gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade.
3. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, komt achtereenvolgens prioriteit toe aan:
a. de drinkwatervoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid; en
b. de energievoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid.
4. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, komt, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen, prioriteit toe aan:
a. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen; en
b. het verwerken van industrieel proceswater.
5. Bij de overige behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, komt, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen, prioriteit toe aan:
a. scheepvaart;
b. landbouw;
c. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade;
d. industrie;
e. waterrecreatie;
f. binnenvisserij;
g. de drinkwatervoorziening, anders dan de drinkwatervoorziening, bedoeld in het derde lid, aanhef en onder a;
h. de energievoorziening, anders dan de energievoorziening, bedoeld in het derde lid, aanhef en onder b; en
i. overige belangen.
a. het waarborgen van de veiligheid tegen overstroming en het voorkomen van onomkeerbare schade;
b. nutsvoorzieningen;
c. kleinschalig hoogwaardig gebruik; en
d. overige behoeften.
2. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, komt achtereenvolgens prioriteit toe aan:
a. de stabiliteit van waterkeringen;
b. het voorkomen van klink en zettingen; en
c. natuur, voor zover het gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade.
3. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, komt achtereenvolgens prioriteit toe aan:
a. de drinkwatervoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid; en
b. de energievoorziening, voor zover het gaat om het waarborgen van de leveringszekerheid.
4. Bij de behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, komt, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen, prioriteit toe aan:
a. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen; en
b. het verwerken van industrieel proceswater.
5. Bij de overige behoeften, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, komt, gelet op het zo veel mogelijk beperken van de maatschappelijke en economische gevolgen, prioriteit toe aan:
a. scheepvaart;
b. landbouw;
c. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade;
d. industrie;
e. waterrecreatie;
f. binnenvisserij;
g. de drinkwatervoorziening, anders dan de drinkwatervoorziening, bedoeld in het derde lid, aanhef en onder a;
h. de energievoorziening, anders dan de energievoorziening, bedoeld in het derde lid, aanhef en onder b; en
i. overige belangen.