BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 2.13
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Een grondwaterlichaam verkeert in een goede kwantitatieve toestand. Van een goede kwantitatieve toestand is sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in bijlage V, punt 2.1.2, bij de kaderrichtlijn water.
2. De omgevingswaarde is een andere verplichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet</a>, zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, onder ii, van de kaderrichtlijn water.
3. De omgevingswaarde geldt voor een grondwaterlichaam dat op grond van artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder b, is aangewezen in een regionaal waterprogramma.
2. De omgevingswaarde is een andere verplichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet</a>, zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, onder ii, van de kaderrichtlijn water.
3. De omgevingswaarde geldt voor een grondwaterlichaam dat op grond van artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder b, is aangewezen in een regionaal waterprogramma.