BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 2.11
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Een krw-oppervlaktewaterlichaam verkeert in een goede ecologische toestand. Van een goede ecologische toestand is sprake als het krw-oppervlaktewaterlichaam:
a. voor de kwaliteitselementen die voor dat type natuurlijk krw-oppervlaktewaterlichaam zijn uitgewerkt, voldoet aan de definities van de goede ecologische toestand voor dat type, bedoeld in bijlage V, paragraaf 1.2, tabellen 1.2.1 tot en met 1.2.4, bij de kaderrichtlijn water, uitgewerkt in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen; en
b. voor het kwaliteitselement specifiek verontreinigende stoffen geen hogere concentratie van een in bijlage IIIa vermelde stof bevat dan de waarde die daarin voor die stof is vermeld.
2. De omgevingswaarde is een andere verplichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet</a>, zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder a, onder ii, van de kaderrichtlijn water.
3. De omgevingswaarde geldt voor een krw-oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder a, of 4.10, tweede lid, aanhef en onder a, is aangewezen in een regionaal waterprogramma of het nationale waterprogramma.
a. voor de kwaliteitselementen die voor dat type natuurlijk krw-oppervlaktewaterlichaam zijn uitgewerkt, voldoet aan de definities van de goede ecologische toestand voor dat type, bedoeld in bijlage V, paragraaf 1.2, tabellen 1.2.1 tot en met 1.2.4, bij de kaderrichtlijn water, uitgewerkt in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen; en
b. voor het kwaliteitselement specifiek verontreinigende stoffen geen hogere concentratie van een in bijlage IIIa vermelde stof bevat dan de waarde die daarin voor die stof is vermeld.
2. De omgevingswaarde is een andere verplichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet</a>, zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder a, onder ii, van de kaderrichtlijn water.
3. De omgevingswaarde geldt voor een krw-oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 4.4, tweede lid, aanhef en onder a, of 4.10, tweede lid, aanhef en onder a, is aangewezen in een regionaal waterprogramma of het nationale waterprogramma.