BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.70
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzamelt gegevens over de stikstofdepositieruimte, uitgedrukt in mol stikstof per hectare per jaar, die beschikbaar is voor Natura 2000-activiteiten als gevolg van de vermindering van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de volgende bronmaatregelen:
a. de snelheidsverlaging voor de rijkswegen ingevolge het besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 december 2019, kenmerk RWS-2019/45657, Stcrt. 2019, 71032;
b. de onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen; en
c. andere maatregelen die bij ministeriële regeling voor de toepassing van dit artikel als bronmaatregel worden aangemerkt.
2. Het bevoegd gezag dat met toepassing van artikel 8.74ebeslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, met gebruikmaking van stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid, verzamelt de volgende gegevens:
a. reserveringen van stikstofdepositieruimte met het oog op toedeling aan omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten en het vervallen van die reserveringen;
b. de toegedeelde stikstofdepositieruimte voor omgevingsvergunningen voor een Natura 2000-activiteit;
c. de na het wijzigen of intrekken van een reservering of van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of na het beëindigen van de activiteit weer beschikbaar gekomen stikstofdepositieruimte; en
d. de omzetting van in een vernietigde omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit toegedeelde stikstofdepositieruimte in voor de betrokken Natura 2000-activiteit gereserveerde stikstofdepositieruimte.
3. In afwijking van het tweede lid draagt het bestuursorgaan dat op grond van <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.25</a>of <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.31 van het Omgevingsbesluit</a>heeft beslist over instemming met de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning of dat op grond van <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.37 van dat besluit</a>of <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/16.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.16, vierde lid, van de wet</a>heeft bepaald dat instemming niet is vereist, zorg voor de in het tweede lid bedoelde gegevensverzameling, als stikstofdepositieruimte wordt gereserveerd voor of toegedeeld in een door een ander bestuursorgaan te nemen of genomen beslissing op de aanvraag om die omgevingsvergunning.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder Natura 2000-activiteit verstaan een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 8.74e.
a. de snelheidsverlaging voor de rijkswegen ingevolge het besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 december 2019, kenmerk RWS-2019/45657, Stcrt. 2019, 71032;
b. de onomkeerbare sluiting van een varkenshouderijlocatie op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen; en
c. andere maatregelen die bij ministeriële regeling voor de toepassing van dit artikel als bronmaatregel worden aangemerkt.
2. Het bevoegd gezag dat met toepassing van artikel 8.74ebeslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, met gebruikmaking van stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid, verzamelt de volgende gegevens:
a. reserveringen van stikstofdepositieruimte met het oog op toedeling aan omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten en het vervallen van die reserveringen;
b. de toegedeelde stikstofdepositieruimte voor omgevingsvergunningen voor een Natura 2000-activiteit;
c. de na het wijzigen of intrekken van een reservering of van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of na het beëindigen van de activiteit weer beschikbaar gekomen stikstofdepositieruimte; en
d. de omzetting van in een vernietigde omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit toegedeelde stikstofdepositieruimte in voor de betrokken Natura 2000-activiteit gereserveerde stikstofdepositieruimte.
3. In afwijking van het tweede lid draagt het bestuursorgaan dat op grond van <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.25</a>of <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.31 van het Omgevingsbesluit</a>heeft beslist over instemming met de voorgenomen beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning of dat op grond van <a href="/wet/BWBR0041278/artikel/4.37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.37 van dat besluit</a>of <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/16.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.16, vierde lid, van de wet</a>heeft bepaald dat instemming niet is vereist, zorg voor de in het tweede lid bedoelde gegevensverzameling, als stikstofdepositieruimte wordt gereserveerd voor of toegedeeld in een door een ander bestuursorgaan te nemen of genomen beslissing op de aanvraag om die omgevingsvergunning.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder Natura 2000-activiteit verstaan een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 8.74e.