BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.67
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Door monitoring worden bewaakt:
a. de staat van instandhouding van: 1°. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten;
2°. de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, genoemd in de bijlagen I en II bij de habitatrichtlijn; en
3°. de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen IV en V bij de habitatrichtlijn; en
1°. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten;
2°. de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, genoemd in de bijlagen I en II bij de habitatrichtlijn; en
3°. de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen IV en V bij de habitatrichtlijn; en
b. de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.
2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof is belast met de uitvoering van de monitoring van de staat van instandhouding van de habitats en soorten.
3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof en gedeputeerde staten gezamenlijk zijn belast met de monitoring van de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.
a. de staat van instandhouding van: 1°. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten;
2°. de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, genoemd in de bijlagen I en II bij de habitatrichtlijn; en
3°. de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen IV en V bij de habitatrichtlijn; en
1°. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten;
2°. de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, genoemd in de bijlagen I en II bij de habitatrichtlijn; en
3°. de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen IV en V bij de habitatrichtlijn; en
b. de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.
2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof is belast met de uitvoering van de monitoring van de staat van instandhouding van de habitats en soorten.
3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof en gedeputeerde staten gezamenlijk zijn belast met de monitoring van de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.