BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.29
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Met het monitoringsprogramma wordt beoogd een samenhangend totaalbeeld te verkrijgen van de watertoestand binnen het Nederlandse deel van de stroomgebiedsdistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems.
2. In het monitoringsprogramma worden:
a. de monitoringspunten aangewezen; en
b. de indicatoren, bedoeld in artikel 11.27, onder c en e, uitgewerkt, en de stoffen, bedoeld in artikel 11.27, onder d, aangeduid.
3. Het monitoringsprogramma bevat de methode van:
a. de beoordeling of voor een kunstmatig of sterk veranderd krw-oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan een goed ecologisch potentieel, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid;
b. de beoordeling of aan het einde van de programmaperiode de doelstelling van geen achteruitgang van de toestand van een waterlichaam, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, gedurende de programmaperiode wordt bereikt;
c. de beoordeling of de doelstelling van ombuiging van significante en stijgende trends, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, wordt bereikt;
d. de beoordeling of de doelstelling van geen bacteriële besmetting van schelpdierwater, bedoeld in artikel 4.19, wordt bereikt; en
e. de beoordeling of de doelstellingen van verbetering en de doelstelling van geen achteruitgang van de kwaliteit van waterlichamen met betrekking tot waterwinlocaties, bedoeld in artikel 4.21, worden bereikt.
4. Het monitoringsprogramma wordt vastgesteld in overeenstemming met de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de drinkwaterrichtlijn, de richtlijn prioritaire stoffen en richtlijn 2009/90/EGvan de Commissie van de Europese Unie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens richtlijn 2000/60/EGvan het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 201).
2. In het monitoringsprogramma worden:
a. de monitoringspunten aangewezen; en
b. de indicatoren, bedoeld in artikel 11.27, onder c en e, uitgewerkt, en de stoffen, bedoeld in artikel 11.27, onder d, aangeduid.
3. Het monitoringsprogramma bevat de methode van:
a. de beoordeling of voor een kunstmatig of sterk veranderd krw-oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan een goed ecologisch potentieel, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid;
b. de beoordeling of aan het einde van de programmaperiode de doelstelling van geen achteruitgang van de toestand van een waterlichaam, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, gedurende de programmaperiode wordt bereikt;
c. de beoordeling of de doelstelling van ombuiging van significante en stijgende trends, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, wordt bereikt;
d. de beoordeling of de doelstelling van geen bacteriële besmetting van schelpdierwater, bedoeld in artikel 4.19, wordt bereikt; en
e. de beoordeling of de doelstellingen van verbetering en de doelstelling van geen achteruitgang van de kwaliteit van waterlichamen met betrekking tot waterwinlocaties, bedoeld in artikel 4.21, worden bereikt.
4. Het monitoringsprogramma wordt vastgesteld in overeenstemming met de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de drinkwaterrichtlijn, de richtlijn prioritaire stoffen en richtlijn 2009/90/EGvan de Commissie van de Europese Unie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens richtlijn 2000/60/EGvan het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 201).