BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 11.28
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt een monitoringsprogramma kaderrichtlijn water vast.
2. Het monitoringsprogramma bevat de methode van monitoring van:
a. de toestand van een waterlichaam per stof en kwaliteitselement voor de beoordeling van de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, en 2.15, eerste lid; en
b. de andere parameters, bedoeld in artikel 11.27.
3. Voor de uitwerking van de methode van monitoring van de parameters, bedoeld in artikel 11.27, onder f en g, wordt het monitoringsprogramma vastgesteld door:
a. voor krw-oppervlaktewaterlichamen: de bestuursorganen die op grond van de artikelen 4.2, eerste lid, onder a, en 4.4, eerste lid, onder a, van het Omgevingsbesluit bevoegd zijn een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verlenen; en
b. voor grondwaterlichamen: gedeputeerde staten.
2. Het monitoringsprogramma bevat de methode van monitoring van:
a. de toestand van een waterlichaam per stof en kwaliteitselement voor de beoordeling van de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, en 2.15, eerste lid; en
b. de andere parameters, bedoeld in artikel 11.27.
3. Voor de uitwerking van de methode van monitoring van de parameters, bedoeld in artikel 11.27, onder f en g, wordt het monitoringsprogramma vastgesteld door:
a. voor krw-oppervlaktewaterlichamen: de bestuursorganen die op grond van de artikelen 4.2, eerste lid, onder a, en 4.4, eerste lid, onder a, van het Omgevingsbesluit bevoegd zijn een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verlenen; en
b. voor grondwaterlichamen: gedeputeerde staten.