BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10.4
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. In een ruilbesluit zijn tegen een nihil inbreng uitruilbaar:
a. een waterloop met een bovenbreedte van ten minste 5 m;
b. een plas met een oppervlakte van ten minste 25 m2; en
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m.
2. In een ruilbesluit zijn als aangrenzende gronden uitruilbaar:
a. een waterloop met een gemiddelde bovenbreedte van minder dan 5 m;
b. een plas met een oppervlakte van minder dan 25 m2; en
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van minder dan 5 m.
3. In een ruilbesluit kan voor het gehele herverkavelingsblok voor waterlopen, plassen of lijnvormige landschapselementen een andere breedte of oppervlakte worden aangehouden dan de breedten en oppervlakten, bedoeld in het eerste en tweede lid, als dat vanwege de specifieke kenmerken van dat herverkavelingsblok nodig is voor een doelmatige herverkaveling.
a. een waterloop met een bovenbreedte van ten minste 5 m;
b. een plas met een oppervlakte van ten minste 25 m2; en
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m.
2. In een ruilbesluit zijn als aangrenzende gronden uitruilbaar:
a. een waterloop met een gemiddelde bovenbreedte van minder dan 5 m;
b. een plas met een oppervlakte van minder dan 25 m2; en
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van minder dan 5 m.
3. In een ruilbesluit kan voor het gehele herverkavelingsblok voor waterlopen, plassen of lijnvormige landschapselementen een andere breedte of oppervlakte worden aangehouden dan de breedten en oppervlakten, bedoeld in het eerste en tweede lid, als dat vanwege de specifieke kenmerken van dat herverkavelingsblok nodig is voor een doelmatige herverkaveling.