BWBR0041313
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10.19
Besluit kwaliteit leefomgeving
1. In een besluit geldelijke regelingen kunnen verrekenposten worden opgenomen tussen:
a. de bij het ruilbesluit betrokken eigenaren onderling; en
b. de gezamenlijke eigenaren in het herverkavelingsblok en de individuele eigenaar die is betrokken bij een ruilbesluit.
2. Verrekenposten zijn in ieder geval:
a. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten, kabels en leidingen;
b. de waarde van gebouwen, werken, beplantingen en houtopstanden;
c. de algehele vergoeding in geld voor de inbreng van gronden voor de korting, bedoeld in artikel 12.29, aanhef en onder c of d, van de wet;
d. de algehele vergoeding in geld voor de inbreng van kavels met een te kleine oppervlakte;
e. de regeling en de opheffing van de beperkte rechten, het recht van huur en de lasten, bedoeld in artikel 12.35, eerste lid, van de wet;
f. de afkoop van ruilverkavelings-, herinrichtings-, reconstructie- en landinrichtingsrenten, bedoeld in artikel 12.35, eerste lid, van de wet;
g. de vestiging van beperkte rechten, bedoeld in artikel 12.35, tweede lid, van de wet;
h. andere dan agrarische waarden;
i. het verhaal van kosten in verband met gronden die niet op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur; en
j. schadevergoeding wanneer bij de uitvoering van werkzaamheden geen vervangende gronden tijdelijk in gebruik kunnen worden gegeven.
a. de bij het ruilbesluit betrokken eigenaren onderling; en
b. de gezamenlijke eigenaren in het herverkavelingsblok en de individuele eigenaar die is betrokken bij een ruilbesluit.
2. Verrekenposten zijn in ieder geval:
a. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten, kabels en leidingen;
b. de waarde van gebouwen, werken, beplantingen en houtopstanden;
c. de algehele vergoeding in geld voor de inbreng van gronden voor de korting, bedoeld in artikel 12.29, aanhef en onder c of d, van de wet;
d. de algehele vergoeding in geld voor de inbreng van kavels met een te kleine oppervlakte;
e. de regeling en de opheffing van de beperkte rechten, het recht van huur en de lasten, bedoeld in artikel 12.35, eerste lid, van de wet;
f. de afkoop van ruilverkavelings-, herinrichtings-, reconstructie- en landinrichtingsrenten, bedoeld in artikel 12.35, eerste lid, van de wet;
g. de vestiging van beperkte rechten, bedoeld in artikel 12.35, tweede lid, van de wet;
h. andere dan agrarische waarden;
i. het verhaal van kosten in verband met gronden die niet op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur; en
j. schadevergoeding wanneer bij de uitvoering van werkzaamheden geen vervangende gronden tijdelijk in gebruik kunnen worden gegeven.