1. De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, worden jaarlijks per jaarverslag vastgelegd in een rapport als bedoeld in
artikel 2.37, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
2. Het rapport, bedoeld in het eerste lid, bevat een controleverklaring waarin een accountantsoordeel wordt gegeven over de getrouwheid van de financiële overzichten die zijn opgenomen in het jaarverslag. De financiële overzichten omvatten:
a. de verantwoordingsstaat met de financiële toelichting daarbij;
b. indien van toepassing, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen met de toelichting daarbij;
c. de saldibalans met de toelichting daarbij;
d. de rapportage over de rechtmatigheid van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering die wordt opgenomen in de uiteenzetting over de gevoerde bedrijfsvoering;
e. indien van toepassing, de overzichten met de gegevens, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.2 van de Wet normering topinkomens.
3. Over de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, en het tweede lid, worden bevindingen gerapporteerd.
4. De rapporten, bedoeld in artikel 3, eerste en vierde lid, worden aangeboden aan Onze Minister die het aangaat, het betrokken college of de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
5. Onze Minister die het aangaat of het betrokken college wordt door of vanwege Onze Minister van Financiën geïnformeerd indien het onderzoek, bedoeld in artikel 3, daartoe aanleiding geeft.