1. Met betrekking tot verbeteringen of vernieuwingen waarvan de aanvrager weet of verwacht dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in
artikel 37b, derde lid, van de Spoorwegwet, respectievelijk een nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 37b, zesde lid, van de Spoorwegwet, zal eisen, kan de aanvrager beslissen direct een vergunning aan te vragen. De voor de beoordeling van deze vergunning in te dienen informatie geldt als informatiedossier als bedoeld in artikel 37b, tweede lid, van de Spoorwegwet.
2. Bij indiening van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is het tarief, bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van de Regeling tarieven Spoorwegwet 2012, niet verschuldigd.