BWBR0040634
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 6.7
Wet forensische zorg
Indien de aard van de bij de forensische patiënt geconstateerde psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister bepalen dat de forensische patiënt naar een private instelling, niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is, te worden verpleegd. Voor deze overbrenging is een zorgmachtiging vereist op grond van de <a href="/wet/BWBR0040635" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg</a>of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname op grond van de <a href="/wet/BWBR0040632" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten</a>. Een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging als bedoeld in de vorige volzin kan achterwege blijven indien de forensische patiënt schriftelijk en vrijwillig met de overbrenging instemt.