BWBR0040634
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 5.2
Wet forensische zorg
1. Een door Onze Minister aan te wijzen orgaan is bevoegd een indicatiestelling af te geven aan de rechter, officier van justitie of Onze Minister.
2. Onze Minister is bevoegd om een nieuwe indicatiestelling te gelasten, indien deze naar zijn oordeel of naar het oordeel van de zorgaanbieder niet meer voorziet in de noodzakelijke forensische zorg. Alvorens een nieuwe indicatiestelling te gelasten, worden de zorgaanbieder en de forensische patiënt hierover gehoord.
3. De <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/196" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 196</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/197" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">197</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/198" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">198</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/317" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">317</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/509o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">509g</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/509o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">509h van het Wetboek van Strafvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek ten behoeve van de indicatiestelling.
4. In spoedeisende gevallen kan de officier van justitie gelasten dat forensische zorg wordt verleend, alvorens een indicatiestelling is afgegeven en de strafrechtelijke titel is verleend.
2. Onze Minister is bevoegd om een nieuwe indicatiestelling te gelasten, indien deze naar zijn oordeel of naar het oordeel van de zorgaanbieder niet meer voorziet in de noodzakelijke forensische zorg. Alvorens een nieuwe indicatiestelling te gelasten, worden de zorgaanbieder en de forensische patiënt hierover gehoord.
3. De <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/196" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 196</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/197" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">197</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/198" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">198</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/317" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">317</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/509o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">509g</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/509o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">509h van het Wetboek van Strafvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek ten behoeve van de indicatiestelling.
4. In spoedeisende gevallen kan de officier van justitie gelasten dat forensische zorg wordt verleend, alvorens een indicatiestelling is afgegeven en de strafrechtelijke titel is verleend.