BWBR0040634
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.5
Wet forensische zorg
1. Zes weken voor afloop van de justitiële titel treft de zorgaanbieder voorbereidingen voor aansluitende zorg, indien de zorgverlener of de behandelaar van oordeel is dat na afloop van de strafrechtelijke titel verdere zorg als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0040635/artikel/3:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.2, eerste lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg</a>of <a href="/wet/BWBR0040632/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, derde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten</a>nodig is.
2. De zorgaanbieder verwerkt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid.
3. De zorgaanbieder verstrekt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid aan:
a. de geneesheer-directeur, de officier van justitie, de psychiater belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; en
b. het CIZ, de officier van justitie, de ter zake kundige arts belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder, en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.
2. De zorgaanbieder verwerkt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid.
3. De zorgaanbieder verstrekt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid aan:
a. de geneesheer-directeur, de officier van justitie, de psychiater belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; en
b. het CIZ, de officier van justitie, de ter zake kundige arts belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder, en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.