BWBR0040634
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2.2
Wet forensische zorg
1. Aan de forensische patiënt wordt de forensische zorg verleend, waarop hij blijkens de strafrechtelijke titel is aangewezen.
2. Onze Minister voorziet in het doen ten uitvoer leggen van forensische zorg.
3. Van de forensisch patiënt kan een bijdrage in de kosten voor verblijf in een instelling worden gevraagd. Onze Minister is belast met het vaststellen en innen van de bijdrage van de forensische patiënt in de kosten van de forensische zorg. Hij kan een organisatie aanwijzen die namens hem belast wordt met het vaststellen en innen van de bijdrage.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de gevallen waarin de eigen bijdrage in de forensische zorg wordt geheven en kunnen nadere regels worden gesteld inzake de inning van de eigen bijdrage.
5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2. Onze Minister voorziet in het doen ten uitvoer leggen van forensische zorg.
3. Van de forensisch patiënt kan een bijdrage in de kosten voor verblijf in een instelling worden gevraagd. Onze Minister is belast met het vaststellen en innen van de bijdrage van de forensische patiënt in de kosten van de forensische zorg. Hij kan een organisatie aanwijzen die namens hem belast wordt met het vaststellen en innen van de bijdrage.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de gevallen waarin de eigen bijdrage in de forensische zorg wordt geheven en kunnen nadere regels worden gesteld inzake de inning van de eigen bijdrage.
5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.