1. Er is een onafhankelijke Onderzoekscommissie WODC III inzake afhandeling klacht drugsonderzoeken.
2. De Commissie heeft tot taak onderzoek te verrichten naar de afhandeling van de klacht over beïnvloeding van de onderzoeken, bedoeld in
artikel 2, tweede lid, van het Instellingsbesluit Onderzoekscommissie WODC I inzake deugdelijkheid drugsonderzoeken.
3. Bij haar onderzoek beantwoordt de Commissie in ieder geval de volgende vragen:
a) of, en zo ja, bij wie, wanneer en hoe de klacht is aangekaart en hoe vervolgens door degenen bij wie de klacht is geuit met deze klacht is omgegaan?
b) viel de klacht naar het oordeel van de Commissie aan te merken als een vermoeden van een misstand als bedoeld in het Besluit melden vermoeden misstand Rijk en Politie van 15 december 2009 dan wel als bedoeld in de Interne klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie van 21 december 2016, die te goeder trouw en op goede gronden is aangekaart?
c) zo ja, is de klacht behandeld in overeenstemming met het in onderdeel b bedoelde besluit dan wel de in onderdeel b bedoelde klokkenluidersregeling?
d) zo nee, is de klacht behandeld overeenkomstig de vereiste zorgvuldigheid en geldende richtlijnen?
4. De Commissie beoordeelt of de klacht op de daarvoor vereiste wijze is aangekaart, onderzocht en afgedaan.
5. De Commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
6. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de Commissie bevoegd aanbevelingen te doen.