Artikel 1
1. Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal in zijn hoedanigheid van plaatsvervangend hoofd van het Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad wordt ondermandaat verleend voor de uitoefening van de aan het hoofd van het Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad krachtens artikel 5 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017verleende bevoegdheden.
2. De functionaris, genoemd in lid 1 maakt van het ondermandaat uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van het hoofd Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door het hoofd, van het Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad aan hem zijn toevertrouwd.
3. Van het ondermandaat zijn uitgesloten, de volgende bevoegdheden:
a. de bevoegdheid tot verlening van strafontslag;
b. de bevoegdheid tot verlening van ontslag op grond van artikel 99 ARAR.
2. De functionaris, genoemd in lid 1 maakt van het ondermandaat uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van het hoofd Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door het hoofd, van het Kabinet Minister-President, secretariaat Ministerraad aan hem zijn toevertrouwd.
3. Van het ondermandaat zijn uitgesloten, de volgende bevoegdheden:
a. de bevoegdheid tot verlening van strafontslag;
b. de bevoegdheid tot verlening van ontslag op grond van artikel 99 ARAR.