1. Voor subsidieverlening in het kader van Noodhulp Nederlandse NGO’s 2018–2021 voor activiteiten bedoeld in de
artikelen 3.1 tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit
tot en met 31 december 2018een subsidieplafond van
€ 61.700.000 miljoen, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:
a) voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening aan en capaciteitsopbouw van lokale actoren ten behoeve van slachtoffers van chronische crises: € 42 miljoen;
b) voor activiteiten gericht op noodhulp aan slachtoffers van plotseling opgetreden noodsituaties als gevolg van natuurrampen of conflicten: € 16.700.000 miljoen;
c) voor innovatieve activiteiten gericht op de verbetering van de effectiviteit en efficiëntie van de humanitaire hulp: € 3 miljoen.
Daarbij geldt dat indien de hiervoor genoemde bedragen voor één of meer van de genoemde activiteiten niet geheel worden uitgeput, deze worden toegevoegd aan het subsidieplafond voor de overeenkomstige activiteiten op grond van het tweede lid.
2. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid geldt voor de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 een subsidieplafond van €
68.850.000 miljoen, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:
a) voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening aan en capaciteitsopbouw van lokale actoren ten behoeve van slachtoffers van chronische crises: € 50.050.000 miljoen;
b) voor activiteiten gericht op noodhulp aan slachtoffers van plotseling opgetreden noodsituaties als gevolg van natuurrampen of conflicten: € 15.800.000 miljoen;
c) voor innovatieve activiteiten gericht op de verbetering van de effectiviteit en efficiëntie van de humanitaire hulp: € 3 miljoen.
Daarbij geldt dat indien de hiervoor genoemde bedragen voor één of meer van de genoemde activiteiten niet geheel worden uitgeput, deze worden toegevoegd aan het subsidieplafond voor de overeenkomstige activiteiten op grond van het derde lid.
3. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid geldt voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 een subsidieplafond van €
74.700.000 miljoen, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:
a) voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening aan en capaciteitsopbouw van lokale actoren ten behoeve van slachtoffers van chronische crises: € 49.200.000 miljoen;
b) voor activiteiten gericht op noodhulp aan slachtoffers van plotseling opgetreden noodsituaties als gevolg van natuurrampen of conflicten: € 22.500.000 miljoen;
c) voor innovatieve activiteiten gericht op de verbetering van de effectiviteit en efficiëntie van de humanitaire hulp: € 3 miljoen.
Daarbij geldt dat indien de hiervoor genoemde bedragen voor één of meer van de genoemde activiteiten niet geheel worden uitgeput, deze worden toegevoegd aan het subsidieplafond voor de overeenkomstige activiteiten op grond van het vierde lid.
4. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid geldt voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 een subsidieplafond van
€ 63 miljoen, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:
a) voor activiteiten gericht op humanitaire hulpverlening aan en capaciteitsopbouw van lokale actoren ten behoeve van slachtoffers van chronische crises: € 42 miljoen;
b) voor activiteiten gericht op noodhulp aan slachtoffers van plotseling opgetreden noodsituaties als gevolg van natuurrampen of conflicten: € 18 miljoen;
c) voor innovatieve activiteiten gericht op de verbetering van de effectiviteit en efficiëntie van de humanitaire hulp: € 3 miljoen.
5. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in
artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.