BWBR0040098
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 62
Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018
De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2018 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2018 ... 1 Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2018 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele zorgkosten 2018, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2018 en het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2018. 2 Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2018. 3 Het Zorginstituut vermindert de uitkomst, berekend op grond van het tweede lid, met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2018 per 1 mei 2019 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen. 4 Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 41,00. 5 Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2018 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2018 bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 61 respectievelijk de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het tweede en derde lid. 6 Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2018 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2021 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.