BWBR0040098
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 44
Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018
MHK ... 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties voor geriatrische revalidatiezorg tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties voor geriatrische revalidatiezorg tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties voor geriatrische revalidatiezorg en exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2015, het VPPKB 2016 en het VPPKB 2017. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot 2015, 2016 en 2017 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2015, 2016 en 2017. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2018 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 4 Het Zorginstituut deelt verzekerden die drie voorafgaande jaren geen variabele kosten in top 30 procent hadden in bij de klasse ‘Geen MHK’.