BWBR0040098
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 23
Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018
GGZ-MHK ... 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties met betrekking tot 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2014 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties met betrekking tot 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties met betrekking tot 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 oktober 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. declaraties met betrekking tot 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; e. declaraties met betrekking tot 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; f. het VPPKB 2011, VPPKB 2012, VPPKB 2013, het VPPKB 2014 en het VPPKB 2015. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot 2011, 2012, 2013, 2014 respectievelijk 2015 tot drempelbedragen GGZ-MHK 2011, 2012, 2013, 2014 respectievelijk 2015. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2016 in welke GGZ-MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4 Voor verzekerden met kosten gelijk aan de percentielgrens ’Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ > 10 euro’ verdeelt het Zorginstituut met inachtneming van artikel 9, zesde lid, van de Regeling de zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 5 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2017, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen GGZ-MHK’ valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ in. 7 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie per klasse af op de Overall Toets 2018, zoals die op 8 augustus 2017 aan de minister van VWS is gerapporteerd.