BWBR0040098
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 19
Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018
VGG ... 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium VGG per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd op het PKB 2017; b. de leeftijd, indien verzekerden niet in het PKB 2017 voorkomen, op het VPPKB 2015; c. de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages in de VGG klassen tot drempelbedragen. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2016 per verzekerde in welke VGG klasse de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4 Voor verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag verdeelt het Zorginstituut met inachtneming van artikel 9, zevende lid, van de Regeling de zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 5 Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van artikel 9, achtste lid, van de Regeling , verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen VGG’. 6 Het Zorginstituut koppelt de verzekerden voor het criterium VGG aan het VPPKB 2016. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2017, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 7 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen VGG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen VGG’. 8 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium VGG naar de macroverzekerdenraming.