1. Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel a, van de wet, omvat ten minste:
a. een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat;
b. de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan;
c. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in artikel 6.16d, eerste lid, onderdeel c, van het Waterbesluit kan worden overgelegd.
2. Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect, uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan en het windpark Luchterduinen.
3. In het tijdschema, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel b, van de wetworden de realisatiedata vermeld van de volgende activiteiten:
a. de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998;
b. de verstrekking van opdrachten aan leveranciers en installateurs;
c. de plaatsing van de eerste fundering;
d. de plaatsing van de eerste windturbine;
e. de start van de levering van elektriciteit;
f. het buiten bedrijf stellen van het windpark.
4. De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening met:
a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie;
b. een overzicht van alle kosten en baten van de productie-installatie;
c. een berekening van het projectrendement over de looptijd van het project.
5. In de raming van de maatschappelijke kosten bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel d, van de wet, wordt ten minste aandacht besteed aan de bezetting van het net van de netbeheerder van het net op zee uitgedrukt in het aantal MWh per jaar.
6. De inventarisatie en analyse van de risico’s, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel e, van de wet, omvat ten minste:
a. de risico’s bij de bouw van het windpark;
b. het risico van fluctuerende elektriciteitsprijzen en de waarde van garanties van oorsprong;
c. de risico’s bij de exploitatie van het windpark.
7. De omschrijving van de maatregelen ter borging van de kostenefficiëntie, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel f, van de wetomvat ten minste de methodes van risicobeheersing, de wijze waarop risico’s in het verleden zijn geborgd en bij thans lopende projecten voor windenergie op zee worden geborgd, alsmede de voorgenomen mitigerende maatregelen ten aanzien van de in het zesde lid bedoelde risico’s.
8. Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel g, van de wet, worden gerekend:
a. de aanvrager en indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft, elke deelnemer aan het samenwerkingsverband;
b. de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement;
c. de leverancier van de windturbines;
d. de installateur van de windturbines;
e. de leverancier van de funderingen;
f. de installateur van de funderingen;
g. de leverancier van de parkbekabeling;
h. de installateur van de parkbekabeling;
i. de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening van het windpark.
9. De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld in
artikel 23, tweede lid, onderdeel h, van de wet, betreft de kennis en ervaring bij windparken op zee en omvat:
a. het geïnstalleerd vermogen van de windparken waarvoor door de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan;
b. het aantal door de leverancier geleverde windturbines;
c. het aantal door de installateur geïnstalleerde windturbines;
d. het aantal door de leverancier geproduceerde funderingen;
e. het aantal door de installateur geïnstalleerde funderingen;
f. het aantal windturbines waarvoor door de leverancier parkbekabeling is geleverd;
g. het aantal windturbines dat door de installateur van de parkbekabeling is aangesloten;
h. het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening in onderhoud heeft en bedient.
10. Bij de aanvraag worden tevens de volgende gegevens gevoegd:
a. een samenvattende beschrijving van de realisatie, exploitatie en ontmanteling van het windpark;
b. een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen;
c. indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband, en
d. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of hun moederondernemingen, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.