BWBR0040067
Artikel 5
Beleidsregels governance en interne beheersing 2017
5.1 Het bestuur is verantwoordelijk voor een adequate jaarlijkse externe verslaggeving,
voorzien van een controleverklaring door een externe accountant.
5.2 Het bestuur en de raad van toezicht bespreken jaarlijks met de externe accountant
de reikwijdte en materialiteit van het auditplan, de belangrijkste risico's die de
externe accountant heeft benoemd in het auditplan en zijn bevindingen naar aanleiding
van de door hem uitgevoerde werkzaamheden.
5.3 De raad van toezicht geldt als feitelijk opdrachtgever van de externe accountant.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor een periodieke evaluatie van het functioneren
van de externe accountant.
5.4 In het jaarlijkse verslag van het bestuur (bestuursverslag) legt het bestuur op hoofdlijnen
verantwoording af over:
a. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de doelstellingen van de organisatie op
korte en lange termijn, inclusief de daarbij onderkende risico's en onzekerheden;
b. de inrichting en adequate werking van het interne risicomanagement- en controlesysteem
in het verslagjaar;
c. de interne beheersingsmaatregelen die zijn getroffen met het oog op de naleving van
de geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de waarborgen voor de redactionele
onafhankelijkheid in de zin van artikel 2.88 van de Mediawet 2008, en op de wijze waarop het bestuur in het verslagjaar zorg heeft gedragen voor een
cultuur die is gericht op het vervullen van de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor
geldende wet- en regelgeving.
5.5 In de jaarrekening legt het bestuur verantwoording af over de besteding van alle middelen
overeenkomstig het Handboek financiële verantwoording.
5.6 In het jaarlijkse verslag van de raad van toezicht legt de raad van toezicht verantwoording
af over:
a. de samenstelling, zittingstermijnen, onafhankelijkheid (waaronder de omgang met belangenverstrengeling)
en de evaluatie van het functioneren van het bestuur en de raad van toezicht;
b. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden
van de raad van toezicht, in het bijzonder inzake het toezicht op:
i. het interne risicomanagement- en controlesysteem en de effectiviteit daarvan;
ii. de naleving van de geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de waarborgen voor
de redactionele onafhankelijkheid in de zin van artikel 2.88 van de Mediawet 2008, en de wijze waarop het bestuur in het verslagjaar heeft zorggedragen voor een cultuur
die is gericht op het vervullen van de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor
geldende wet- en regelgeving;
iii. het beleid voor de beloning van de individuele bestuurders en de leden van de raad
van toezicht;
iv. de financiële verantwoording in de vorm van het bestuursverslag, de jaarrekening en
de overige rapportages als bedoeld in dit artikel.
5.7 De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het
bepaalde in dit artikel.
voorzien van een controleverklaring door een externe accountant.
5.2 Het bestuur en de raad van toezicht bespreken jaarlijks met de externe accountant
de reikwijdte en materialiteit van het auditplan, de belangrijkste risico's die de
externe accountant heeft benoemd in het auditplan en zijn bevindingen naar aanleiding
van de door hem uitgevoerde werkzaamheden.
5.3 De raad van toezicht geldt als feitelijk opdrachtgever van de externe accountant.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor een periodieke evaluatie van het functioneren
van de externe accountant.
5.4 In het jaarlijkse verslag van het bestuur (bestuursverslag) legt het bestuur op hoofdlijnen
verantwoording af over:
a. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de doelstellingen van de organisatie op
korte en lange termijn, inclusief de daarbij onderkende risico's en onzekerheden;
b. de inrichting en adequate werking van het interne risicomanagement- en controlesysteem
in het verslagjaar;
c. de interne beheersingsmaatregelen die zijn getroffen met het oog op de naleving van
de geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de waarborgen voor de redactionele
onafhankelijkheid in de zin van artikel 2.88 van de Mediawet 2008, en op de wijze waarop het bestuur in het verslagjaar zorg heeft gedragen voor een
cultuur die is gericht op het vervullen van de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor
geldende wet- en regelgeving.
5.5 In de jaarrekening legt het bestuur verantwoording af over de besteding van alle middelen
overeenkomstig het Handboek financiële verantwoording.
5.6 In het jaarlijkse verslag van de raad van toezicht legt de raad van toezicht verantwoording
af over:
a. de samenstelling, zittingstermijnen, onafhankelijkheid (waaronder de omgang met belangenverstrengeling)
en de evaluatie van het functioneren van het bestuur en de raad van toezicht;
b. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden
van de raad van toezicht, in het bijzonder inzake het toezicht op:
i. het interne risicomanagement- en controlesysteem en de effectiviteit daarvan;
ii. de naleving van de geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de waarborgen voor
de redactionele onafhankelijkheid in de zin van artikel 2.88 van de Mediawet 2008, en de wijze waarop het bestuur in het verslagjaar heeft zorggedragen voor een cultuur
die is gericht op het vervullen van de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor
geldende wet- en regelgeving;
iii. het beleid voor de beloning van de individuele bestuurders en de leden van de raad
van toezicht;
iv. de financiële verantwoording in de vorm van het bestuursverslag, de jaarrekening en
de overige rapportages als bedoeld in dit artikel.
5.7 De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het
bepaalde in dit artikel.