BWBR0040067
Artikel 2
Beleidsregels governance en interne beheersing 2017
2.1 De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat:
a. de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurders en welk deelbelang dan ook onafhankelijk
en kritisch kunnen opereren;
b. sprake is van een zo evenwichtig mogelijke samenstelling wat betreft geslacht, leeftijd,
deskundigheid, sociale-, culturele-, bedrijfsmatige- en media-achtergrond van zijn
leden.
Bij de samenstelling van de raad van toezicht worden daarnaast voorwaarden gesteld
met betrekking tot de deskundigheid inzake de facetten die gelet op het doel en middelen
van de publieke media-instelling de aandacht van de raad van toezicht vragen. Ten
aanzien van landelijke publieke media-instellingen kan tevens rekening worden gehouden
met de aard en het doel van de omroepvereniging.
2.2 De raad van toezicht stelt, met inachtneming van artikel 2.1, een openbaar profiel
vast voor de omvang en samenstelling van de raad van toezicht, rekening houdend met
de aard van de organisatie, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond
van leden van de raad van toezicht. Het profiel wordt in elk geval bij het ontstaan
van een vacature geëvalueerd, zo nodig herzien en vervolgens gepubliceerd op de website.
De leden van de raad van toezicht worden op openbare wijze geworven aan de hand van
het vooraf vastgestelde profiel.
2.3 De raad van toezicht stelt voorts een openbaar profiel op voor de bestuurder(s). Artikel
2.2 is hierop van overeenkomstige toepassing.
2.4 Het bestuur en de raad van toezicht zijn verantwoordelijk voor de vastlegging van
hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de statuten en reglementen. Zij passen
daarbij algemeen aanvaarde governance-inzichten toe en stellen in dat verband in elk
geval adequate regels vast ter borging en bevordering van:
a. de transparantie en integriteit bij het bestuurlijk handelen en het onafhankelijk
toezicht daarop, en
b. een cultuur binnen de publieke media-instelling die gericht is op het vervullen van
de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor geldende wet- en regelgeving.
2.5 Elke vorm van belangenverstrengeling tussen de NPO, de RPO en de landelijke of de
regionale publieke media-instelling enerzijds en haar bestuurders, leden van de raad
van toezicht of medewerkers anderzijds, wordt vermeden.
2.6 Het bestuur is verantwoordelijk voor het vastleggen van de wijze waarop wordt omgegaan
met belangenverstrengeling. In dat verband wordt vastgelegd wat in elk geval onder
belangenverstrengeling wordt verstaan, hoe de besluitvorming hierover plaatsvindt
en op welke wijze met nevenfuncties wordt omgegaan.
2.7 De raad van toezicht evalueert jaarlijks zijn eigen functioneren buiten aanwezigheid
van het bestuur. De raad van toezicht legt de uitkomsten en afspraken voortkomend
uit de evaluatie schriftelijk vast. Het bestuur volgt dezelfde procedure voor het
evalueren van zijn functioneren.
Daarnaast voert de raad van toezicht ten minste eenmaal per jaar met het bestuur als
geheel een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van beide organen op
zich en in relatie tot elkaar. De raad van toezicht legt de uitkomsten en afspraken
voortkomend uit de evaluatie schriftelijk vast.
2.8 De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het
bepaalde in dit artikel.
a. de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurders en welk deelbelang dan ook onafhankelijk
en kritisch kunnen opereren;
b. sprake is van een zo evenwichtig mogelijke samenstelling wat betreft geslacht, leeftijd,
deskundigheid, sociale-, culturele-, bedrijfsmatige- en media-achtergrond van zijn
leden.
Bij de samenstelling van de raad van toezicht worden daarnaast voorwaarden gesteld
met betrekking tot de deskundigheid inzake de facetten die gelet op het doel en middelen
van de publieke media-instelling de aandacht van de raad van toezicht vragen. Ten
aanzien van landelijke publieke media-instellingen kan tevens rekening worden gehouden
met de aard en het doel van de omroepvereniging.
2.2 De raad van toezicht stelt, met inachtneming van artikel 2.1, een openbaar profiel
vast voor de omvang en samenstelling van de raad van toezicht, rekening houdend met
de aard van de organisatie, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond
van leden van de raad van toezicht. Het profiel wordt in elk geval bij het ontstaan
van een vacature geëvalueerd, zo nodig herzien en vervolgens gepubliceerd op de website.
De leden van de raad van toezicht worden op openbare wijze geworven aan de hand van
het vooraf vastgestelde profiel.
2.3 De raad van toezicht stelt voorts een openbaar profiel op voor de bestuurder(s). Artikel
2.2 is hierop van overeenkomstige toepassing.
2.4 Het bestuur en de raad van toezicht zijn verantwoordelijk voor de vastlegging van
hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de statuten en reglementen. Zij passen
daarbij algemeen aanvaarde governance-inzichten toe en stellen in dat verband in elk
geval adequate regels vast ter borging en bevordering van:
a. de transparantie en integriteit bij het bestuurlijk handelen en het onafhankelijk
toezicht daarop, en
b. een cultuur binnen de publieke media-instelling die gericht is op het vervullen van
de publieke mediaopdracht volgens de daarvoor geldende wet- en regelgeving.
2.5 Elke vorm van belangenverstrengeling tussen de NPO, de RPO en de landelijke of de
regionale publieke media-instelling enerzijds en haar bestuurders, leden van de raad
van toezicht of medewerkers anderzijds, wordt vermeden.
2.6 Het bestuur is verantwoordelijk voor het vastleggen van de wijze waarop wordt omgegaan
met belangenverstrengeling. In dat verband wordt vastgelegd wat in elk geval onder
belangenverstrengeling wordt verstaan, hoe de besluitvorming hierover plaatsvindt
en op welke wijze met nevenfuncties wordt omgegaan.
2.7 De raad van toezicht evalueert jaarlijks zijn eigen functioneren buiten aanwezigheid
van het bestuur. De raad van toezicht legt de uitkomsten en afspraken voortkomend
uit de evaluatie schriftelijk vast. Het bestuur volgt dezelfde procedure voor het
evalueren van zijn functioneren.
Daarnaast voert de raad van toezicht ten minste eenmaal per jaar met het bestuur als
geheel een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van beide organen op
zich en in relatie tot elkaar. De raad van toezicht legt de uitkomsten en afspraken
voortkomend uit de evaluatie schriftelijk vast.
2.8 De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het
bepaalde in dit artikel.