Artikel 1
1. De officier die is benoemd tot adjudant-generaal tevens chef van het militaire huis van Z.M. de Koning dan wel tot adjudant van Z.M. de Koning- hierna te noemen adjudant van Z.M. de Koning- dient, voor de tijd dat hij die functie vervult, naast de voor hem vastgestelde persoonlijke standaarduitrusting te beschikken over de in bijlage 1onder a genoemde aanvulling.
2. De in het vorige lid bedoelde officier dient, met toepassing van het gestelde in artikel 12 van de Regeling uitrusting defensie, te beschikken over de in bijlage 1onder b genoemde kleding- en uitrustingsstukken.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde artikelen worden -tenzij in bijlage 1anders is aangegeven- éénmalig voor rekening van het rijk van in eigendom verstrekt. Het onderhoud en de vervanging van deze artikelen geschieden door en voor rekening van de officier.
4. Indien verstrekking van rijkswege van de in het vorige lid bedoelde artikelen niet mogelijk is, dienen deze zelfstandig te worden aangeschaft. Voor de daaraan verbonden kosten van aanschaffing bestaat aanspraak op een tegemoetkoming tot ten hoogste een bedrag van:
a. voor officieren van de Koninklijke Marine voor wat betreft de grote tenue, en de sabelkoppel voor de grote tenue, de blauwe grote avondtenue en de mantel: de aanschaffingsprijs;
b. voor officieren van de Koninklijke Landmacht voor wat betreft de avondtenue: de aanschaffingsprijs en voor wat betreft het bijzondere gelegenheidstenue voor de mannelijke militair: € 347,32 en voor de vrouwelijke militair: € 427,80;
c. voor officieren van de Koninklijke Luchtmacht voor wat betreft de grote tenue, de mantel en de grote avondtenue: de aanschaffingsprijs;
d. voor alle officieren die dienst verrichten als bereden adjudant: € 228,73;
e. voor alle officieren voor wat betreft de overige artikelen: € 304,97.
2. De in het vorige lid bedoelde officier dient, met toepassing van het gestelde in artikel 12 van de Regeling uitrusting defensie, te beschikken over de in bijlage 1onder b genoemde kleding- en uitrustingsstukken.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde artikelen worden -tenzij in bijlage 1anders is aangegeven- éénmalig voor rekening van het rijk van in eigendom verstrekt. Het onderhoud en de vervanging van deze artikelen geschieden door en voor rekening van de officier.
4. Indien verstrekking van rijkswege van de in het vorige lid bedoelde artikelen niet mogelijk is, dienen deze zelfstandig te worden aangeschaft. Voor de daaraan verbonden kosten van aanschaffing bestaat aanspraak op een tegemoetkoming tot ten hoogste een bedrag van:
a. voor officieren van de Koninklijke Marine voor wat betreft de grote tenue, en de sabelkoppel voor de grote tenue, de blauwe grote avondtenue en de mantel: de aanschaffingsprijs;
b. voor officieren van de Koninklijke Landmacht voor wat betreft de avondtenue: de aanschaffingsprijs en voor wat betreft het bijzondere gelegenheidstenue voor de mannelijke militair: € 347,32 en voor de vrouwelijke militair: € 427,80;
c. voor officieren van de Koninklijke Luchtmacht voor wat betreft de grote tenue, de mantel en de grote avondtenue: de aanschaffingsprijs;
d. voor alle officieren die dienst verrichten als bereden adjudant: € 228,73;
e. voor alle officieren voor wat betreft de overige artikelen: € 304,97.