BWBR0039714
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2
Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2017
Onderstand teruggekeerde eilandskinderen Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 08-02-2019] De RCN-unit SZW past de uitsluitingsgrond in verband met het op het moment van aanvraag korter dan vijf jaar onafgebroken rechtmatig woonachtig zijn in de openbare lichamen, niet toe indien het betreft een persoon met de Nederlandse nationaliteit, a. die in de openbare lichamen geboren is of de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, dan wel b. die buiten de openbare lichamen maar binnen het Koninkrijk geboren is en wiens vader of moeder met Nederlandse nationaliteit in de openbare lichamen geboren is. Deze personen worden in verband met deze beleidsregel kortheidshalve aangeduid als eilandskinderen. Deze beleidsregel is ingegeven doordat de hierboven omschreven categorieën buiten de toepassing van de Wet toelating en uitzetting BES (WTU BES) vallen. Beëindiging van het verblijf in verband met onderstandsbehoeftigheid kan daarmee niet aan de orde zijn. De uitzondering in artikel 7, eerste lid, onder c, van het Besluit onderstand BES inhoudende dat indien naar het oordeel van ‘Onze Minister van Justitie’ de te voorziene onderstandsbehoeftigheid geen aanleiding zal zijn het recht tot verblijf van de betrokken persoon te beëindigen, er toch recht op onderstand kan zijn, is daarmee voor deze groep een dode letter, omdat de Minister van (Veiligheid en) Justitie niet aan een oordeel toekomt. Nu de WTU BES op hen niet van toepassing is, noch ook van overeenkomstige toepassing, behoeven zij voor hun verblijf in Caribisch Nederland geen visum, geen verklaring van rechtswege en ook geen verblijfsvergunning en geldt de voorwaarde van beschikken over voldoende middelen van bestaan voor hen niet. Daarom wordt nu geregeld dat betrokkene in deze situatie in afwijking van de vijf-jaarsregel onderstand kan krijgen, uiteraard indien en voor zover aan de overige voorwaarden voor het recht op onderstand wordt voldaan. Hetzelfde geldt ten aanzien van Nederlanders die direct voorafgaand aan 10 oktober 2010 gedurende een ononderbroken periode van een jaar hun woonplaats in de Nederlandse Antillen hebben gehad op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die geboren zijn elders binnen het Koninkrijk of aldaar de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen. De voorgaande zin geldt ook voor de kinderen van deze Nederlanders, mits ook die kinderen voldoen aan dat woonplaatsvereiste. Grondslag: Artikel 7, eerste lid, onderdeel c, Besluit onderstand BES (uitzondering vanwege beleid Minister van Veiligheid en Justitie).